VLIEGWERK

'Dat moet kunnen' dacht ik in november, toen ik met J. plannen smeedde om een lang weekend weg te gaan. Met een beetje kunst en vliegwerk moest het mogelijk zijn om die éne les van de vrijdag naar elders in de week te verplaatsen. De overige taken op vrijdag zijn niet roostergebonden, dus die zou ik op andere dagen kunnen uitvoeren. Mijn collega's aan wie ik het voorlegde reageerden heel spontaan met 'lekker gaan, dat moet een keer kunnen'. Opgewekt werd de reis naar Istanbul geboekt, niet wetende dat ik heel wat extra energie kwijt zou zijn met de zorg voor mijn vader. Maar in die hele drukke tijd hield het vooruitzicht van het reisje mij ook op de been. Het gaf me ook iets om naar uit te kijken waardoor ik mij zo af en toe kon opladen. Dan maar met iets meer kunst en vliegwerk zo was mijn gedachte. Het slechte weer van de afgelopen tijd maakte dat ik nog meer de noodazaak voelde om mijn kunst en vliegwerk naar een hogere versnelling te schakelen, want de dagelijkse rit naar school kostte de afgelopen weken bijna twee maal zoveel tijd. En toen als klap op de vuurpijl werd het lesrooster ook nog veranderd. Ineens ben ik op de vrijdag voor 5 lessen ingeroosterd in plaats van 1. Met nog meer kunst en vliegwerk, het is haast hoge schoolwerk geworden, ben ik er in geslaagd om deze lessen eenmalig te verplaatsen. De leerlingen mogen er zeker niet aan te kort komen. Gelukkig zijn er mogelijkheden op de woensdag, dus heb ik deze dag, mijn vrije dag, ingeleverd. Hoewel mijn collega's verzekeren dat ik het echt goed geregeld heb, knaagt het toch een heel klein beetje. Ergens vind ik dat ik onvoldoende rekening gehouden heb met het feit dat lesroosters kunnen veranderen. Maar als ik morgenvroeg (ja echt heeeel vroeg) in het vliegtuig zit, weet ik bijna wel zeker dat ik alleen nog maar ruimte wil maken voor al het moois wat ik vast ga zien en daar verheug ik mij zeer op.

THUISZORGMACHINE

Een goed geregelde organisatie loopt als een geoliede machine. Wanneer de machine perfect loopt, heeft elk radertje of tandwiel een functie en wordt op het juiste moment aangeraakt of in beweging gezet. De meest ingewikkelde apparaten werken volgens dit principe. Het mooie is dat vele onderdelen los van elkaar gemaakt worden, maar bij het in werking stellen van de machine werkt elk onderdeel en radertje zoals het gepland is en de machine loopt......
Helaas kent de in werking zetten van de thuiszorgmachine vele haperingen. Nu hoor ik u zeggen: maar de thuiszorg is mensenwerk! Ja, dat weet ik en voor de mensen die uiteindelijk het werk gaan uitvoeren heb ik niets dan lof. Maar de organisatie van dit alles? Breek me de bek niet open, want dat doe ik ongevraagd zelf wel.
Een goede week geleden vond men in het ziekenhuis dat vader wel weer zodanig was opgeknapt, dat een veel langer verblijf in het ziekenhuis niet meer als noodzakelijk gezien werd. In plaats van te wachten op een tijdelijk plekje ergens in een verzorgingshuis zou er meer thuiszorg ingezet worden. De verpleegkundige die vader onder haar hoede heeft zou dit in werking zetten. Vader zou niet eerder met ontslag gaan voordat alles geregeld is. En misschien is het goed als vader een alarmeringssysteem aanvraagt, maar dit moeten we via de huisarts zelf regelen. De verschillende raderen worden in werking gezet.
1. Het transferpunt in het ziekenhuis wordt gebeld.
2. Het transferpunt zoekt contact met het CIZ en dient het verzoek tot uitbreiding van de thuiszorg, te weten, dagelijks hulp bij het uit- en naar bed gaan, twee maal per dag een controlemoment en een uitbreiding van de huishoudelijke hulp van éénmaal per 14 dagen naar 1 maal per week. Hoe moeillijk kan zoiets zijn denk je dan.
3. Het CIZ zoekt contact met het Zorgkantoor, want uiteindelijk is dit gesubsidieerde hulp en dat zal toch wel ergens gefinancierd moeten worden.
4. Het Zorgkantoor zoekt contact met een thuiszorgorganisatie en legt daar de hulpvraag neer.
5. Uiteindelijk zal het CAK te zijner tijd een nota aan vader sturen voor het innen van de eigen bijdrage.
Maandag word ik door de verpleegkundige gebeld. Alles is geregeld en ik kan vader komen ophalen.
In de loop van de week blijkt dat heel veel mensen wel contact met elkaar hebben gehad, maar dat vader op geen enkele wijze een uitbreiding van de thuiszorg heeft gekregen. Omdat de thuiszorgorganisaties met elkaar moeten CONCURREREN zijn er twee organisaties operationeel. Mijn vader kreeg een maal in de veertien dagen huishoudelijk hulp van de ene thuiszorg organisatie en van de andere organisatie kreeg hij hulp bij het aantrekken van de elastieke kousen. Vader is ooit eens op het aanbod van die tweede thuiszorgorganisatie ingegaan want nieuwe cliënten werden gelokt met een gratis bootreisje....
Ik liet vader vorige week in zijn flat al achter met een gevoel van als dit maar goed komt. En het kwam niet goed en het is na een week nog steeds niet goed. Zelfs niet met de bemoeienis van P., die werkzaam is als zorgmanager bij een thuiszorgorganisatie, maar dan in een andere regio. Terwijl hij op de hoogte is van het hele ingewikkelde organisatorische netwerk, en ook de moeilijk te volgen brieven begrijpt en waaraan hij kan zien met welk onderdeel van het organisatieapparaat het nu weer wenselijk is om contact te zoeken, zijn we er na een week nog steeds niet in geslaagd om de uitbreiding van de thuiszorg daadwerkelijk geëffectueerd te krijgen. Helaas staat dit verhaal niet op zich zelf. Het komt steeds vaker voor en daarom besteed ik er op dit blog aandacht aan.
Een flink aantal mensen verdienen hun brood met het regelen van thuiszorg, daar is niets mee, maar het organisatieapparaat kent nogal wat haperingen en daardoor loopt het hier en daar gewoon vast. De medewerkers zullen heus hun best wel doen, maar het product, in dit geval de zorg, blijkt door de vele mankementen heel moeilijk leverbaar te zijn. Er komt een hele papierwinkel op gang, maar uiteindelijk komt er niemand om daadwerkelijk de noodzakelijke zorg te verlenen. En dat is toch wel een schrijnend resultaat.
GRUWELIJK

Na alle drukte omarm ik het gewone leven, maar moet ik toch enige moeite doen om de weg in te slaan die weer leidt naar de nodige rust en stabiliteit. Ik heb daar zo mijn eigen manieren voor en mooie beelden aan mijn oog voorbij laten trekken is daar een vorm van. De ene keer kies ik voor schilderijen, een andere keer bezoek ik allerlei campings waar ik mogelijk ooit heen zou kunnen gaan; dit maal heb ik gekozen voor foto's. Waarschijnlijk ben ik op deze gedachte gekomen, doordat ergens in mijn hoofd is blijven hangen dat onlangs de zilveren camera is uitgereikt. http://www.zilverencamera.nl/ Ik vroeg mijzelf af, toen ik dit hoorde, wat een foto nu tot een kwaliteitsfoto maakt, of wanneer is het kunst? Waarin onderscheid een beroepsfotograaf zich van iemand die fotograveren als liefhebberij of hobby heeft? Bij foto's met een nieuwswaarde kan ik mij er iets bij voorstellen. Naast oog hebben om een beeld vast te leggen van een belangrijke gebeurtenis, zal de fotograaf ook steeds op die plek moeten zijn waarvan hij of zij denkt dat een foto het nieuws zal onderstrepen. Net op de goede plek zijn als een politicus een markante uitspraak doet. Of net daar zijn waar geschiedenis wordt geschreven. Zo stond de winnaar van de zilveren camera 2009 Pim Ras op koninginnedag heel toevallig in een positie van waaruit hij heel snel bij de plek des onheils komen. Hij kreeg de kans om twee of drie opnames te maken. Maar of ik nu blij moet zijn dat de fotograaf met één van die foto's die zilveren camera heeft gewonnen weet ik niet. Ik geef toch de voorkeur aan heel andere foto's. Ik zal wel nooit een prijs winnen met een foto die ik gemaakt heb, maar ik hoop dan ook nooit zo'n gruwelijke foto te maken.
ZE

Meerdere malen was hij in diepe ruste tijdens het bezoekuur. De eerste keer dat ik hem zo aantrof, had ik moeite om in die oude man mijn vader te herkennen, maar bij het wakker worden veranderde dit snel. In een paar tellen was er de metamorfose naar de man die ik zo goed ken. In de loop van de week is hij weer aardig opgeknapt. De antibiotica heeft zijn werk gedaan en de ontsteking van de galblaas is bestreden. Helaas zijn de steentjes, de boosdoeners die de ontsteking en de daarbij behorende pijn veroorzaakten, nog aanwezig. In de toekomst is een operatie niet uitgesloten. Nu de pijn weg is, de stellage van het infuus overbodig is geworden, neemt de mobiliteit weer toe. Hij wordt flink gestimuleerd om zo nu en dan even een wandelingetje over de gangen te gaan maken. Maar ZE zien dan wel iets over het hoofd. En met ZE bedoelt mijn vader dan de verpleegkundigen. ZE zijn wel aardig, maar het zijn er zoveel. ZE stellen zich allemaal voor, maar hij weet echt meer hoe ZE allemaal heten, maar ZE doen het allemaal. Zijn slippers onder het bed schuiven, zodat hij er niet bij kan. Hij heeft er iets op gevonden. De slippers worden nu op de rollator, ergens op ooghoogte geparkeerd, zodat hij ze kan pakken, wanneer hij ze nodig heeft. ZE zouden dat zelf toch ook hebben kunnen bedenken, zo beëindigt hij zijn betoog. Ik glimlach maar wat. Het gaat weer goed en het ontslag zal niet zo lang meer op zich laten wachten. Hopenlijk zal hij met wat ondersteuning van de thuiszorg zijn leventje thuis weer even kunnen oppakken en zal ik ook weer in een iets rustiger vaarwater terecht komen.
GEVANGEN BEELD

Ik reed in de auto en zag ze aankomen. Ze fietsten naast elkaar, een jongen en een meisje, hand in in hand; de schooltas achterop. Bij het kruispunt stapten ze af. Daar stonden ze. Met de fietsen tussen hen. Ze keken elkaar aan. Zij boog voorover en hief haar gezicht naar hem op. Hij probeerde met de fiets aan de hand wat dichter bij haar te komen en rekte zich wat uit, hoog over het stuur van de fiets heen. Hij keek even om zich heen. Ik zag nog net hoe hij haar begon te zoenen, vol op haar mond. Het beeld vertederde mij. Toen was het moment voorbij. Met nog een laatste blik in de achteruitkijkspiegel zag ik hen uit mijn gezichtsveld verdwijnen. Ik vervolgde mijn weg in mijn (te) drukke bestaan. Onderweg van hot naar her of omgekeerd.
DOKTER EN ZUSTER

De tijd dat je aan het uniform kon zien met wie je in het ziekenhuis te maken had ligt ver achter ons. Het was duidelijk wie de zuster was, (broeders waren er toen nog niet zoveel) Zij droeg een bepaald soort uniform en de eenduidige speld voor gediplomeerden werd goed zichtbaar gedragen. De voedingsassitenten, ofwel de keukenzusters hadden een jurk van een hele andere kleur aan, laboranten droegen een bepaald soort witte laboratoriumjas, het schoonmaak personeel had vaak kleding aan die donkerblauw van kleur was en artsen liepen al dan niet met stethoscoop in een lange witte gesteven jas.
Tegenwoordig ziet iedereen die in een ziekenhuis werkt er bijna hetzelfde uit. Het zou, zo vond men ooit, niet goed zijn als in één oogopslag aan de kleding af te lezen zou zijn in welke rang of stand men in de organisatie werkzaam Is. Vroegere leerlingen van mij hebben er (veel) last van gehad, dat zij een uniform moesten dragen waaraan gezien kon worden dat zij (maar) stagiaire waren. Dat was denk ik aan het begin van de negentiger jaren. Gaandeweg deed daarna de 'nivellering' zijn intrede. In de kleding leek men meer en meer allemaal elkaars gelijke te zijn.
Deze middag is mijn vader opnieuw in het ziekenhuis opgenomen. Hij is door de ambulance opgehaald. Die mensen dragen in ieder geval een zeer herkenbaar uniform, maar bij het voorstellen viel mij op dat onmiddellijk bij het noemen van de naam ook de posite duidelijk werd gemaakt. De één was chauffeur en de ander was de ambulance verpleegkundige. Bij de dokterswacht, die toen ik bij mijn vader kwam, nog aanwezig was, was het niet anders. De eerste persoon die ik in zijn huis tegenkwam stelde zich voor en zei: ik ben de chauffeur en toen ik de arts een hand gaf noemde hij zijn naam, direct gevolgd door: ik ben de arts.
Even later in het ziekenhuis ging het niet anders. De dame die het eerste onderzoek bij mijn vader zou gaan verrichten stelde zich voor en voegde daaraan toe, verpleegkundige. Een flinke tijd later kwam er een jong "meisje" bij mijn vader kijken, stelde zich voor direct gevolgd door, ik ben de dienstdoende arts. Ik heb verschillende mensen bij het bed van mijn vader gezien, maar telkenmale werd de naam èn de functie genoemd. Het antwoord op de gelijkwording in kleding....
Dit alles heb ik overdacht tijdens de meer dan drie uren die het duurde voordat er eindelijk toe over gegaan werd om de afdeling te bellen zodat mijn vader naar zijn plek gebracht zou kunnen worden. Het was weer een middagvullend programma. Na een paar uur gekronkeld te hebben van de pijn kreeg mijn vader een pijnstiller in de vorm van een zetpil aangeboden. Wat de oorzaak is van de pijnklachten die zijn buik betreffen, was na het bloedonderzoek, het hartfilmpje en het urineonderzoek niet te zeggen. Dat zal verder onderzocht worden. Er schenen wel genoeg redenen te zijn om hem op te nemen en hem te voorzien van een infuus.
Ik weet de komende dagen wel wat ik te doen heb. Hollend van huis naar mijn werk, van mijn werk naar het ziekenhuis en dan weer naar huis waar mijn bed staat. Het bijstaan van mijn vader zal grotendeels door mij, gesteund door P. moeten gebeuren. Mijn broer woont ver weg in het westen en verdere familie of kennisssen van mijn vader is en zijn er niet meer. Ik zal in de komende tijd weing tijd hebben voor het bloggebeuren. De zorgvraag aan mij, de mantelzorger, roept, nee schreeuwt. Ik geef mij er aan over.
ANGSTREACTIE

Vanuit de weilanden waaide er wat sneeuw op de grote weg. Ik was in mijn gedachten de overweging aan het maken of dit nu driftsneeuw was en ik koppelde daaraan de gedachte dat ik dit keer nog iets meer alert zou moeten zijn dan gewoonlijk. Ook vroeg ik mij even af of het nu echt wel verantwoord was om helemaal naar Den Haag te rijden. Ik stelde mijzelf gerust. In het weerbericht had ik toch gehoord dat de dooi pas in de avond in Zeeland zou beginnen en dat de aanval traag zou verlopen en het noorden waarschijnlijk niet zou bereiken. Ik zou dus al lang en breed weer thuis zijn als het onveiliger op de weg zou worden. Dit alles had ik al overdacht voordat ik in de verte een blauw zwaailicht zag. Het was nog geen drie kilometer van ons dorp vandaan. Ik minderde vaart en sloot aan bij het rijtje auto's. Het leek wel of er in die hele lange bocht een obstakel op de weg lag waar het tegemoetkomend verkeer omheen moest. Opeens hoorde ik politiesirenes en zag ik nog meer zwaailichten. Het tegemoetkomend verkeer begon langzaam op gang te komen en de rij auto's aan onze kant verplaatste zich ook een klein stukje. Toen zag ik opeens de auto rechts van mij op de kop in de sloot liggen. De knipperlichten deden het nog. Ik schrok hevig. Dit zag er niet goed uit. Ik kon me niet voorstellen dat mensen hier ongedeerd uit hadden kunnen komen. Mijn eerste reactie was dat ik de neiging voelde opkomen om niet verder te gaan, maar terugkeren naar huis. Ik werd wat angstig om verder te rijden. De politiemensen waren inmiddels klaar met het aantrekken van hun hesjes en gingen bezig het verkeer in banen te leiden. Onze rij was aan de beurt en ik was blij dat ik verder kon, weg van die plek. Na een honderd meter rijden zag ik een tweede auto zwaar beschadigd op de andere rijstrook staan. Naar mijn inschatting beloofde dit niet veel goeds. Enigszins aangedaan reed ik verder. Met een grote zucht probeerde ik afstand te nemen. Op de rondweg van onze hoofdstad kocht ik de geplande bos bloemen en met het wegrijden van elke kilometer voelde ik mij rustiger worden en eenmaal op de verjaardag aangekomen legden heel andere zaken beslag op de ruimte in mijn gedachten.
Er gebeurde zoveel. Na ruim een jaar zag ik mijn beide kleindochters weer eens samen. Nina en haar moeder zijn weer een weekje in ons land en samen met zoonlief waren ze ook van de partij. Nina, Rixte en haar vriendinnetjes hadden een heerlijke middag en ik vond het heerlijk om dit vanuit mijn ooghoeken te kunnen gadeslaan. Dat is voor mij echt genieten. Toen alle drukte wat voorbij was heeft Nina de trui even gepast en zijn er de nodige foto's gemaakt. De terugreis leverde geen problemen op. Toen ik langs de plek des onheils kwam heb ik even schichtig opziij gekeken, maar natuurlijk was er niets meer te zien. Wat was ik blij toen ik na enig research las dat de bestuurders met de schrik vrij gekomen waren. Het was weer een enerverend dagje, maar mede doordat dit ongeluk zo'n goede afloop kende heb ik moe, maar wel met een tevreden gevoel mijn bed opgezocht.
DOCHTERLIEF

Vandaag vier ik een feestje. Het is namelijk 38 jaar geleden dat ik moeder ben geworden. Helemaal vlekkeloos is dat niet gegaan, maar het geluk was er niet minder om. Wat een groots moment toen ik voor het eerst in die mooie grote heldere kijkers van haar keek…. Hier was ik totaal niet op voorbereid geweest. Helemaal een nieuw mensje, met alles er op en er aan. Ik kon het de eerste dagen bijna niet bevatten dat ik het was die zich echt de moeder van dat lieve hoopje mens mocht noemen. Natuurlijk vieren we vandaag dit allemaal niet. Ik ga welgemoed op pad om haar met haar verjaardag te feliciteren en haar stevig in mijn armen te sluiten. Ook al is ze nu zelf moeder van haar eigen meisje, na al die jaren is zij nog steeds mijn meiske.





